#

Meer middelen voor het hoger onderwijs? Kom maar op met de leenstelselmiljoenen!

21 Jan 2019

Afgelopen week trokken Nederlandse universiteiten weer aan de bel. Het aantal studenten in Nederland blijft maar doorgroeien, maar de middelen groeien niet genoeg mee. De begroting van het hoger onderwijs staat dus weer volop onder discussie. Tegelijkertijd roepen studentorganisaties als LSVb of ‘Changing Perspective’ aan de Radboud Universiteit op tot herinvoering van de basisbeurs. ‘’Juist als we naar het hele verhaal kijken komen wij tot de conclusie dat een goed ingericht sociaal leenstelsel een oplossing kan bieden voor het tekort aan middelen’’, pleit Thomas Vissers van de Jonge Democraten Arnhem-Nijmegen.

Door Thomas Vissers, Bestuurslid Politiek, JD Arnhem-Nijmegen

De bomen in het bos

Instelling vanuit het hoger onderwijs en daarmee ook studenten kampen met problemen. De studenteninstroom is keer op keer hoger dan verwacht, investeringen blijven achter en er wordt zelfs gesproken over bezuinigingen. Overal in het land springen belangenorganisaties op met een eigen analyse en pakket aan maatregelen om de problemen aan te pakken, van het afschaffen van de zogenaamd ‘doelmatigheidskorting’ tot de terugkeer van de basisbeurs. Denk aan groepen als WOinActie, de Vereniging van Universiteiten, de Landelijke Studentenvakbond, studentenpartijen of bottom-up initiatieven als ‘Changing Perspective’ aan de Radboud Universiteit. Dit alles maakt voor veel studenten de onderwijsbegroting een bos waardoor de bomen soms moeilijk meer te zien zijn. Tijdens prinsjesdag 2018 hoorden we dat er 1,9 miljard extra zou worden geïnvesteerd in onderwijs, cultuur en wetenschap. Waar gaat dat geld dan heen? Tijd om eerst het een en ander op een rijtje te zetten.

Van de 1,9 miljard aan extra investeringen komt het onderwijsdeel hiervan vooral terecht bij het primair onderwijs. Een goede zaak, gezien het geld daar hard nodig is. Daarnaast stijgt het budget van het hoger onderwijs met 700 miljoen euro, maar vanuit economische bril kun je hier moeilijk spreken van een investering. Die 700 miljoen komt namelijk voort uit het meegroeien van het budget met de inflatie en uit de ingeschatte groei van het aantal studenten. Voor elke student krijgen onderwijsinstellingen namelijk een deel uit een variabele pot. Investeringen zijn er dus niet, maar instelling waaronder ook de Radboud Universiteit krijgen wel te maken met een zogenaamde doelmatigheidskorting. Doordat er meer studenten afstudeerden dan verwacht ontstond er een gat in de onderwijsbegroting van het vorige kabinet. Hierdoor moeten onderwijsinstellingen extra in hun eigen buidel tasten. Op Prinsjesdag hoorden we dat door het opnieuw onderschatten van het aantal instromende studenten nogmaals 19 miljoen door het hoger onderwijs moet worden bijgelegd. De bovenstaande tekorten tellen over een aantal jaar op tot een structurele ‘bezuiniging’ van 63 miljoen euro per jaar voor het hoger onderwijs. Ook liet de NOS recentelijk weten dat de ramingen van het aantal nieuwe studenten voor 2018 weer 3% te laag zijn gebleken. Een weinig positief vooruitzicht. De minister beweert deze bedragen vooral op te kunnen halen uit inefficiënt geldgebruik. Nou is het natuurlijk ook wel zo dat daar het een en ander is te halen. Voor voorbeelden hoeven we niet verder te zoeken dan de Radboud Universiteit in ons eigen Nijmegen. Denk aan al de mensen die worden ingezet om studenten aan te wijzen hoe ze hun fiets in een rek moeten zetten, welbekende over-de-top luxe bij een nog te besloten Honours Academy, de recente moderne kunstbanken van tienduizend euro per stuk bij de FMW, ‘bureaustoelgate’ en ongebruikte subsidiepotjes. Of het tegen elkaar opweegt is echter maar zeer de vraag, los van dat ondoelmatige inzet van onderwijsgeld überhaupt op een betere manier kan worden uitgegeven binnen het onderwijs zelf.

Het bovenstaande komt allemaal bovenop het langere termijnfeit dat de relatieve overheidsbijdrage al decennia terugloopt. Waar de studentenaantallen in het hoger onderwijs namelijk explosief toenamen is de overheidsbijdrage niet verhoudingsgewijs meegegroeid. Toch zijn ook hier twee korte nuances op zijn plaats. Ten eerste is er zeker een goed argument te maken dat ook beleid van instellingen zelf hier een belangrijke rol speelt. Zie daarvoor alleen al maar de twijfelachtige allocatie van geld zoals beschreven in de vorige alinea. Ten tweede is het met oog op de vaste kosten als niet reëel te verwachten dat de overheidsbijdrage slechts gekoppeld is aan de variabele kosten zijnde het aantal studenten. Toch blijkt dat deze te ver is achtergebleven en dit heeft dan ook consequenties als overwerkt universiteitspersoneel en een daling van de onderwijskwaliteit. Om die reden roept actiegroep WOinActie dan ook op tot een structurele investering van 1,15 miljard en het afschaffen van de doelmatigheidskorting. Al met al geen onredelijke oproep.

De belofte van het sociaal leenstelsel

Toch mist er een belangrijk element in dit verhaal: het sociaal leenstelsel. De besparingen die werden gedaan met het afschaffen van de basisbeurs en het invoeren van het leenstelsel zouden volgens de overheid oplopen tot een bedrag van 800 miljoen tot 1 miljard euro. Omdat de eerste paar jaren nog steeds een groot deel van de studenten onder het oude systeem viel, is dit bedrag natuurlijk niet onmiddellijk beschikbaar. Voor de eerste jaarlagen wordt er ter compensatie dan ook enerzijds een studievoucher van 2000 euro beschikbaarheid gemaakt voor bijscholing na hun studie en anderzijds zouden onderwijsinstellingen de eerste drie jaar alvast 200 miljoen euro per jaar moeten inleggen als voorinvesteringen. Daarbij zouden ook studenten en docenten instemmingsrecht krijgen over de hoofdlijnen van begrotingen van deze onderwijsinstellingen. De overheid betaalt in het leenstelsel nog altijd het overgrote deel van het collegegeld met gemeenschapsgeld, waarnaast er aan de student nog een beroep wordt gedaan op en resterend bedrag van zo’n 2000 euro. Dit omdat niet alleen de maatschappij als geheel is gebaat bij goed onderwijs, maar ook omdat het veruit de beste investering in jezelf is die je kan maken. Tegenover dit alles staat dat het leenstelsel sociaal in aard zou moeten zijn. Zo is er een verlengde terugbetaaltermijn van niet 15 maar 35 jaar, leenmogelijkheden tegen lage rente, geen betalingsplicht zonder baan, een aanzienlijk hogere aanvullende beurs van 390 euro per maand en een jaarlijks bedrag van een miljard euro extra naar de kwaliteit van het hoger onderwijs. Gekeken naar de 1,15 miljard euro die WOinActie eist is zo’n hierboven beschreven sociaal leenstelsel met het geld wat dit voor onderwijs vrijmaakt dus geen slechte deal.

De problemen van het huidige leenstelsel

Helaas is het bovenstaande rooskleurige plaatje niet geheel waargemaakt. Van de in totaal 600 miljoen euro aan voorinvesteringen die de eerste drie jaar zouden worden gemaakt, is van slechts 280 miljoen aan te tonen dat het echte investeringen zijn. Veel geld wat instellingen beweerden in de kwaliteit van het onderwijs te hebben gestoken is verdwenen in het blussen van budgetbrandjes, in uitgaves aan projecten waarvan diens nut als kwaliteitsinvestering zeer in twijfel te trekken zijn of telt überhaupt niet als voorinvestering. Bovendien had de medezeggenschap bij een op de vier instellingen alsnog geen invloed op waar het geld heen ging. Kijken we naar de Radboud Universiteit zien we dat aan die democratische belofte goed is voldaan. De universitaire studentenraad en de ondernemingsraad (de medewerkers van de universiteit) hebben beide 50% van het stemrecht op de universiteitsbegroting. Wat betreft de voorinvesteringen is dit moeilijk voor individuele universiteiten een oordeel te vellen, omdat het rapport van de rekenkamer hierover alleen over landelijke gemiddelden gaat en dat ziet er weinig positief uit. Verdere problemen zijn het feit dat studieschuld tegen beloftes in weldegelijk zwaar lijkt mee te gaan tellen bij het verkrijgen van een hypotheek en de vermeende toename van prestatiedruk onder studenten, met een hogere hoeveelheid stress en burn-outs tot gevolg. De uitvoering van het sociaal leenstelsel geeft dan ook helaas niet volledig weer wat het zou kunnen zijn.

Een laatste maatregel waar veel verwarring over bestaat is het collegegeld van eerstejaars verlagen met 1000 euro onder het mom van het toegankelijker maken van het onderwijs. Al klinkt dit goed lijkt dit een weinig effectieve maatregel te zijn. Vwo’ers en havisten gaan immers alweer even vaak studeren als voorheen en het aantal WO studenten in 2018 steeg zelfs met 5%, meer dan een verdubbeling van de verwachting. Slechts het eerste jaar van het leenstelsel was hier een uitzondering op, maar dit kan worden verklaard aan de hand van het feit dat veel mensen ervoor kozen het laatste jaar met de basisbeurs te gaan studeren om deze nog even mee te pikken. De 1000 euro korting zadelt nieuwe studenten binnenkort wel op met een hogere leenrente om dit te financieren. Dit zadelt studenten met duizenden euro’s extra schuld op. De overheid beweert hier terecht dat onderzoek van Nibud laat zien dat veel studenten maximaal lenen om dit geld op te potten. Dit is niet waar de lening voor is bedoeld en zet de onderwijsbegroting onder druk, waardoor een renteverhoging deze perverse prikkel weg zou kunnen halen. Maar zou DUO in de eerste plaats niet duidelijker kunnen zijn in het communiceren van de gevolgen van lenen? En zou de prikkel niet gerichter weg kunnen worden gehaald door de rente vanaf een bepaald bedrag te verhogen in plaats van elke euro voor ook minder welgestelde studenten die het echt nodig hebben?

Terug naar de basisbeurs?

Met de bovenstaande teleurstellingen ligt het dan soms ook voor de hand op te roepen tot de terugkeer van de basisbeurs en meer geld naar het hoger onderwijs. En al is dat laatste altijd een goede keuze kunnen we daarnaast beter werken aan het effectief vormgeven van de goede gedachte achter het leenstelsel. Binnen de basisbeurs is het lastig toekomstig inkomen te lenen voor de hoge kosten die je nu maakt en inkomensrisico’s die je loopt door bijvoorbeeld uitloop of een verkeerde studiekeuze te ‘verzekeren’. Juist een sociaal leenstelsel maakt dat mogelijk. De basisbeurs confronteert de ‘eeuwige student’ niet met de maatschappelijke kosten die gepaard gaan met studielengte en het meervoudig maken van verkeerde studiekeuzes. Ook vergroot het inkomensverschillen, omdat in dit systeem de niet-gestudeerde belastingbetaler effectief opdraait voor de studiekosten van studenten in het hoger onderwijs. Die komen voor zo’n 80% uit de rijkste helft van de samenleving, aldus schrijver en hoogleraar economie Bas Jacobs. Toegankelijkheid voor iedereen wordt juist in een goed ingericht sociaal leenstelsel gegarandeerd. Hierboven maken we tevens al de aanname dat al het geld uit de basisbeurssubsidie werd uitgegeven aan waarvoor het bedoeld is, hetgeen ook lang niet altijd op die efficiënte manier werd gedaan. Het plan waar de alinea mee begint zou dan ook vragen om een investering van miljarden extra. Of we het leuk vinden of niet, het hoger onderwijs is niet de enige sector die oproept tot meer geld. Dan hebben we het niet eens alleen over het primair-, voortgezet- en beroepsonderwijs waar ook substantiële tekorten zijn. Van de (ouderen)zorg tot defensie en van de voor studenten ook zeer bekende krappe woningmarkt tot het financieren van de broodnodige energietransitie, het geld is op veel plekken hard nodig. De miljoenennota is ieder jaar weer het resultaat van keiharde politieke keuzes. Geld dat we zo slim mogelijk uit moeten geven om te zorgen dat we met z’n allen het beste af zijn.

Van belofte naar werkelijkheid!

Het leenstelsel is dan ook niet de oorzaak van de problemen in het hoger onderwijs, maar een kans deze effectief en eerlijk aan te pakken. Die kans kunnen we aangrijpen door als studenten kritisch te blijven op de inrichting en uitvoering van het leenstelsel. Dat doen we door een eerlijk, volledig en realistisch verhaal, politici en onderwijsinstellingen verantwoordelijk te houden voor het al dan niet nakomen van hun beloftes en een verdere democratiseringscultuur in het onderwijs zodat iedereen kan controleren en meepraten over de bestemming van onderwijsgelden. De overheid en onderwijsinstellingen moeten de afspraken van het sociaal leenstelsel nakomen! Want studeren mag dan wel schuld maken, maar belofte doet dat ook.

 

 

 

 

Bronnen

Categorie: Weblog